Martyrs Mirror 78Een Hemelsvyer, van lust en yver, hole de snaren Van David aen den galm, van een bedroeft accoort: Wanneer den angst des doodts, uyt Zion, wiert gehoort, Dat by sijn 's herten rouw, in Psalmen ging verklaren. ** Soo sagh ick 't yver vyer, o Broeder! uyt a varen, Als gyde Martelaers van 't Nieuw Verbondt bracht voort: Self, op die tijdt, wanneer door*** sieckt', het klaeghlijck woort Tot a quam: 't Schijnt ghy sterft, wilt moeyt' en yver sparen. Maer hebt, des niettemin, dit bloedigh offer werck, Met krancke, en swacke leen, ten dienste van Gods Kerck, Door onvermoeyde vlijt, en yver, dus beschreven. Derhalven, wie gy zijt, die Christum onsen Heer Wilt volgen, in sijn woort, en Goodelijcke leer; Wort door dit lesen doch tot ware deught gedreven.

Thieleman J. van Braght · Christian Classics Ethereal Library

Open in the reader

P. van Braght.

* Lamentations 1:1 .

** Of the desolation of Jerusalem! David in his Lamentation sung: "O God, the heathen are come into thine inheritance; thy holy temple they have defiled; they have laid Jerusalem on heaps" ( Ps. 79 :l ).

"By the rivers of Babylon there we sat down, yea, we wept whenwe remembered Zion. We hung our harps on the willows in the midst thereof" ( Ps. 137:1 , 2 ).

*** In 1659 the hand of God was laid heavily upon rny brother, in that he was visited with a severe sickness, so that to all appearance, it seemed that he would not recover.